woensdag 8 februari 2012

Flexibiliteit en geduld

Een week bij Jolanda in Tanzania
Dit bericht is ook verschenen op: http://jolandavandervelden.reislogger.nl/

Een week bij Jolanda in Tanzania levert meer stof tot schrijven op dan prettig is om te lezen op een blog. Vandaar alleen een korte observatie over een botsing tussen culturen.

Na drie weken een georganiseerde groepsreis door Kenia en Tanzania, was het zuiden van het land bezoeken even andere koek. Ik ben er geen enkele toerist tegengekomen. De enige mzungus (blanken) die ik heb gezien waren vrijwilligers en mensen die zaken kwamen doen. Kennelijk gaan blanken anders niet naar het “minder mooie” zuiden.

Om vanaf de “grote” stad Mtwara in Tandahimba te komen, moet je een dag uittrekken. Dan kan je nog hopen dat het meevalt hoe lang je op een bus moet wachten. En kan je misschien zelfs een zitplek bemachtigen, wat geen overbodige luxe is op de onverharde hobbelige weg waarover je vier uur lang rijdt in een busje zonder noemenswaardige vering. En ach, als je er vandaag niet komt, dan doe je morgen nog een poging.

In Nederland is iedereen van slag als de bussen of treinen een keer niet volgens schema rijden. In Tanzania zijn mensen veel flexibeler. Dat moet ook wel, anders zou iedereen er continu geïrriteerd zijn. Die flexibele instelling, waarbij veel makkelijker met tegenslag wordt omgegaan, heeft ook een keerzijde. Als dingen nou eenmaal gebeuren zoals ze gebeuren, omdat God (of het lot) het zo heeft bepaald, denk je ook niet na over hoe het anders kan. Hoe je zelf iets kan veranderen.

Die passieve houding zie je ook bij het personeel in het ziekenhuis. Mensen gaan soms dood omdat de nodige middelen er niet zijn om ze te genezen. Dat vond ik al erg confronterend, om dat het hier vanzelfsprekend is dat er couveuses, hartmonitors of multivitaminen zijn. Maar nog schrijnender vond ik het om te zien dat er mensen overlijden waarvoor de nodige middelen wel beschikbaar waren, maar er geen goede zorg werd geleverd. Bijvoorbeeld omdat de medicijnen niet tijdig worden besteld, omdat artsen (of ze dienst hebben of niet) een dag van tevoren melden dat ze een maand vakantie opnemen. Omdat als verpleegsters theepauze hebben er niemand op de zalen is. Omdat er geen goede medicijnlijst wordt bijgehouden of omdat het aan kennis over een ziekte als diabetes ontbreekt.

Jolanda en Kirsten proberen zich door deze passieve houding niet uit het veld te laten slaan. Ze blijven herhalen wat er beter zou kunnen, stellen een diabetesprotocol op en proberen verpleegsters kennis bij te brengen. Ik vind dat ongelofelijk bewonderenswaardig. Iets veranderen is moeilijk en vergt een lange adem, heel veel geduld en het winnen van vertrouwen van het personeel. Ik hoop dat ze straks na twee jaar kunnen zeggen dat ze niet alleen voor individuele patienten een verschil hebben gemaakt (want dat doen ze zeker!), maar ook de kwaliteit van de zorg die in dit ziekenhuis wordt geleverd wat hebben verbeterd. Ik wens ze daarbij heel veel kracht, geduld en flexibiliteit toe.

woensdag 4 mei 2011

Consequent zijn wordt zwaar overschat

Deze column is eerder verschenen in Overdwars nummer 2/2011

Van de week zat ik in een restaurant met welgeteld één vegetarische keuze op de kaart. Eigenlijk kan ik dat geen keuze noemen. Ik eet al jaren geen vlees, maar wel eens een stukje vis. Aangezien die ene optie er niet aantrekkelijk uitzag bedacht ik me dat ik dan maar de zalm zou nemen. Mijn tafelgenoten vonden dat niet consequent. Bovendien, hoe kan ik nou eieren eten en leren schoenen dragen als ik vind dat de bio-industrie verboden moet worden?

Een lastige vraag, met een simpel antwoord: het is beter inconsequent te zijn en soms dingen goed te doen, dan consequent alles fout doen. Maar het is niet simpel om de principieel juiste keuzes te maken in onze consumptiemaatschappij.

Lebmaagstremsel van kalfjes in kaas, varkenshaar in brood, luizeneitjes in M&M’s, gelatine in dropjes, het is niet makkelijk om te weten waar dierlijke producten in zitten. Vegetarisch eten wordt gezien als een dieetwens, terwijl het eigenlijk een bijzondere wens zou moeten zijn om vlees te willen eten. Biologische en fair trade producten zjin duurder dan “normale” (maar wat is eigenlijk normaal, dat we mensen en de aarde slecht behandelen?).

Het is goedkoper en sneller om naar Italië of Polen te vliegen dan om de internationale trein te nemen. Met de trein en de bus naar Lutjebroek gaan is vele malen onhandiger en duurt veel langer dan met de auto. Als je niet wil dat er negen liter water door de wc wordt gespoeld moet je een extra keer op de knop drukken. Je moet zelf groene stroom aanvragen. Sommige koekjes zitten in twee of zelfs drie lagen plastic verpakt.

De mainstream banken investeren graag in wapens, olie, kernenergie en andere branches die noch ecologisch noch sociaal genoemd kunnen worden. Mijn pensioen is verplicht bij een pensioenfonds met net zo’n slecht investeringsbeleid, maar ik kan mijn geld daar niet weghalen zolang ik bij de rijksoverheid werk. Allemaal dingen waarvan ik denk: onze consumptiemaatschappij is eigenlijk de omgekeerde wereld.

Omgekeerd zou zoveel makkelijker zijn en zoveel beter. Uit praktische overwegingen maakt bijna iedereen daarom vaak eigenlijk verkeerde keuzes. En als je het dan eenmaal fout doet, komt de gewenning. Je denkt al gauw dat dat ene stukje vlees ook niet meer uitmaakt, die ene vliegreis, dat ene stukje extra verpakking. Maar als we dat nou eens allemaal niet zouden denken? Gewoon alles wat praktisch haalbaar is, al is het nog zo klein, wel goed doen? Natuurlijk blijven er dan nog dingen over die we in principe anders zouden moeten en willen doen. Maar dat moeten we dan maar accepteren. Het is inconsequent, maar vele malen beter dan consequent zijn. Consequent zijn wordt zwaar overschat.

zondag 13 maart 2011

Onrecht

Deze column is verschenen in de Overdwars

Al toen ik een jaar of vijftien was wilde ik rechten studeren. Niet omdat je met die studie veel geld kan verdienen in een van de kantoren op de Zuidas. Ook niet omdat ik zoals zovelen niet zo goed wist wat ik wou. Nee, omdat ik graag iets aan het onrecht in de wereld wilde doen. Van mijn uiteindelijk keuze om jurist te worden heb ik nog geen moment spijt gehad.

Wel vind ik het steeds lastiger om te zeggen wat onrecht is. Natuurlijk zijn er makkelijke gevallen te bedenken, zoals Lucia de Berk die onterecht jaren heeft vastgezeten, of een koelbloedige moord die onopgelost blijft. Maar vele malen groter is het grijze gebied: het gebied waarin recht en onrecht niet zo duidelijk zijn. Een gebied waarin zich bijvoorbeeld disfunctionele relatie bevindt met huiselijk geweld over en weer. Waarin een meerderjarige verdachte met een IQ van 65 seks heeft met een meisje van 15, wat zij zelf wou maar haar ouders niet. In dat gebied bevindt zich ook een fikse klap uit zelfverdediging. Of te hard rijden met een dodelijk ongeval tot gevolg, terwijl het in die situatie heel onwaarschijnlijk is dat dat gebeurt.

Dat is ook wat me het meeste stoort aan het debat over justitie en veiligheid op dit moment. De wereld wordt gepresenteerd als zwart-wit. "You are with us or against us." Strafbare feiten worden gepleegd door "de ander". Criminaliteit kan en moet volledig worden uitgebannen. Elk risico moet worden geelimineerd. En het lijkt wel haast tegen elke prijs. Er wordt voorgesteld door PvdA om mensen "preventief op te sluiten", dus zonder dat ze iets hebben gedaan. Op vrijwel elke hoek van de straat staat een camera om iedereen altijd in de gaten te kunnen houden. Een databank met vingerafdrukken van alle Nederlanders. Iedereen wordt beschouwd als een risico.

Iets meer realiteitszin zou prettig zijn. De wereld kent weinig zwart-wit, maar wel vele grijstinten. Iedere verdachte, iedere dader, is een mens van vlees en bloed. "De ander" kan jouw broer of dochter zijn. "De ander" lijkt schrikbarend veel op jezelf. Niets is menselijker dan fouten maken, ook fouten die strafbaar zijn. Criminaliteit is onlosmakelijk verbonden met de samenleving. Daar zullen we mee moeten leren leven, al lijken de meeste politici dat verleerd. Om Benjamin Franklin nog maar eens aan te halen: “Een samenleving die fundamentele vrijheid opoffert aan tijdelijke veiligheid verdient geen van twee, en verliest beide.”

Overigens pleit ik niet voor een overheid die de veiligheid van haar burgers niet hoog in het vaandel heeft. Natuurlijk moeten burger beschermd worden tegen andere burgers. De burger moet echter ook worden beschermd tegen de machtige staat. Om dat te waarborgen is veiligheid niet het beste uitgangspunt, maar rechtvaardigheid. Al is het soms best lastig om vast te stellen wat recht is, en wat onrecht.

vrijdag 23 juli 2010

Foto's


Vorige week was ik nog in Istanbul, nu ben ik alweer een week aan het werk. Maar gelukkig hebben we de foto's nog! ;-)

Links van de berichten heb ik er een aantal toegevoegd van onder andere Plitvice, Ohrid en Istanbul. En die rechts van deze tekst, dat ben ik dus op een minaret in Mostar.

vrijdag 16 juli 2010

Bestemming bereikt

Op dit moment ben ik alweer een paar dagen in Istanbul. De nachtbus van Skopje naar hier reed wel door Bulgarije, maar daar heb ik niet echt iets van gezien. Uiteindelijk ben ik een paar dagen in Macedonië gebleven en heb ik daar genoten van mijn verblijf in Ohrid, een prachtig oud stadje aan een meer. Ik wou dat ik daar wat langer had kunnen blijven, maar Istanbul riep (en daarna mijn werk thuis...).

Veel mensen vinden Istanbul de eerste dagen overweldigend, vertellen ze me. Ik niet, ik voelde me hier eigenlijk gelijk thuis. Ik verblijf drie minuten lopen van de belangrijkste winkel- en uitgaansstraat. Net ver genoeg om niet de hele nacht door last van herrie te hebben.

Elke dag steek ik de Galata-brug over (jeweetwel, die brug waar Geert Mak over heeft geschreven) om moskeeën en paleizen te bekijken, naar de markt te gaan enz. Ik ben mijn gebit aan het ruïneren met Turks fruit en baklava, heb een deel van mijn kleurtje laten wegscrubben in de hamam, drink Ayran (iets ziltige yoghurt) om mijn maag niet van streek te laten raken, drink raki met een Turk en een Duitser, ontbijt met onder andere olijven en heb zelfs een broodje vis uit de Bosporus gegeten. Nog even en ik wil nooit meer naar huis.

Ik houd erg van steden die zo levendig zijn als Istanbul, die zo bruisen van bedrijvigheid. Op elke hoek een straatverkoper. Mensen die thee drinken en triktrak spelen. Vrouwen met een hoofddoek, vrouwen in een zomerjurkje. Het meest negatieve hier dat ik kan bedenken is dat ik mijn schouders bedek omdat ik anders nog meer gedoe krijg met mannen. Ze zijn allemaal erg aardig, maar ik wil ook wel eens honderd meter ongestoord door kunnen lopen.

Misschien heb ik echter wel een enorm vertekend beeld van deze stad. Ik zit in een hippe buurt en ga naar de toeristische attracties. Hoe is het voor die andere twintig miljoen mensen die hier ergens in een buitenwijk wonen en waarvan een groot deel nooit in het centrum komt? Welk verhaal gaat er schuil achter die man die op de hoek van de straat flesjes water verkoopt? En is het waar dat er elk jaar meer vrouwen gesluierd over straat gaan, zoals andere reizigers me hier vertellen?

Tja, wat zie je nou eigenlijk als "domme toerist"?

woensdag 7 juli 2010

Oeps, ik ben in Skopje...

Gisterochtend vroeg stapte ik in Belgrado op de trein naar Sofia, Bulgarije. Een ongeveer 9 uur durende treinreis. Terwijl ik een dutje deed en mijn boek uitlas, gleed het Servische platteland aan me voorbij. Hoe verder we van Belgrado verwijderd raakten, hoe armer de dorpjes en slechter onderhouden de stations. Ik zag steeds minder (oude) tractors en steeds meer mensen met de hand het land bewerken.

Het duurde naar mijn idee wel erg lang voordat we de Servisch-Bulgaarse grens passeerden en ik vroeg me af of ik op tijd in Sofia zou zijn voor het voetbal. Omdat de meeste passagiers geen spraken, vroeg ik aan een andere backpacker of hij wist hoe laat we in Sofia zouden moeten zijn: hij had geen idee, want hij ging zelfs naar Skopje, Macedonië. Staande in het gangpad constateerde ik dat het achterste deel van de trein was verdwenen. Nu begon ik me toch wat zorgen te maken. Toen de conducteur de kaartjes kwam controleren en zag dat ik Sofia als bestemming had ingevuld op mijn interrailkaart begon hij hevig te gebaren en Skopje (en andere niet verstaanbare dingen) te zeggen. Ik bleek niet de Servisch-Bulgaarse, maar de Servisch-Macedonische grens te zijn gepasseerd! Oeps! Kennelijk reed alleen het achterste deel van de trein naar Sofia...ik voelde me iets minder dom toen een andere toerist dezelfde fout bleek te hebben gemaakt.

Dus nu ben ik per ongeluk in Skopje en blij dat mijn Lonely Planet ook Macedonië beslaat. Skopje bestaat uit veel lelijke communistische betonnen (flat)gebouwen, maar het centrum stamt nog uit de Ottomaanse tijd en doet erg Turks aan. Ik heb een kerk bezocht die half onder de grond is gebouwd omdat hij niet hoger mocht zijn dan de moskeeën. Er is een markt met groente, fruit, noten, kruiden, baklava en een heel dood schaap dat aan een plafond hing. Ik zag Turkse barbiers, kleermakers, schoenpoetsers, juweliers, kebabzaken. Kortom een voorproefje op Istanbul.

Als (vrouwelijke) toerist alleen ben ik hier een bezienswaardigheid. Het fort hier bovenop de heuvel is zo'n beetje de grootste toeristische attractie en de enige toeristen die ik daar tegenkwam waren... twee Nederlanders. Overigens heb ik dankzij het leuke hostel waar ik verblijf het voetbal toch nog kunnen zien!

maandag 5 juli 2010

Sarajevo

Toen ik een jaar of 9 was zag ik op het Jeugdjournaal een reportage over kinderen in Sarajevo die op straat moesten rennen voor hun leven vanwege de sluipschutters. Ze konden niet naar school en moesten water halen uit een rivier. Ik vroeg me af hoe dat kon, zo dichtbij.

Eergisteren heb ik met mijn ogen de straten gezien waar dit gebeurde. Het Holiday Inn-hotel waar alle journalisten veilig zaten weggestopt is nog geen honderd meter bij de Sniper Alley vandaan. Al was eigenlijk de hele stad één grote gevarenzone. Sarajevo was tijdens de drie jaar durende belegering volledig afgesloten van de buitenwereld, op een 800 meter lange tunnel van 1,60 bij 1 meter na. De mensen bij wie deze tunnel in de achtertuin uitkwam hebben van hun huis een museum gemaakt waar je door de 25 meter die nog rest van de tunnel kan lopen. De regering is hier kennelijk nog steeds niet in staat om dit soort belangrijke plaatsen te beschermen om van te leren.

Wat me vooral opviel aan Sarajevo was niet zozeer dat veel gebouwen vol met kogelgaten zitten of in de steigers staan. Dat viel me eigenlijk nog wel mee. Het is juist opvallend hoe rustig en veilig alles is. Hoe mooi sommige stukken van de stad zijn opgeknapt. Hoe de minaretten van de moskeeën hier naast de kerktorens staan.

Hoe oostelijker ik kom, hoe meer Turkse invloeden ik zie. Vijfenzeventig procent van de inwoners van Sarajevo is moslim, al zijn ze niet allemaal even praktiserend. Het oudste gedeelte van de stad is het Turkse deel met kleine steegjes. Waar plekken zijn waar je shisha kan roken en Bosnische koffie kan drinken (lijkt op Turkse koffie). Het Oostenrijks-Hongaarse deel van de stad doet meer aan Budapest denken. Er is daarnaast ook een groot communistisch deel van de stad, maar dat is niet erg inspirerend.

Sarajevo is in alle opzichten een stad als andere Europese hoofdsteden met veel winkels, restaurants, cafés en nachtclubs. Slechts één ding ontbreekt door de overvloed aan cevapi en börek standjes: McDonalds. En daar mogen de inwoners van Sarajevo best trots op zijn.

Mostar 2: Bata's Crazy Tour

In Mostar verbleef ik bij Majdas, een hostel dat is opgezet door de Bosnische Bata nadat hij terugkeerde uit Zweden begin deze eeuw. Bata runt het hostel met zijn zus en zijn 71-jarige moeder die het niet na kan laten hun gasten te verwennen met heerlijke zelfgemaakte ontbijtjes. Bata is beroemd onder backpackers in de Balkan: hij wordt zelfs bij naam genoemd in de Lonely Planet. Dat is niet alleen omdat z'n hostel een fijne plek is om te zijn, maar vooral vanwege zijn tour.

Ik ben afgelopen week meegeweest op zijn 14 uur durende tour door de omgeving van Mostar. Als je tijdens de 14 uur in slaap weet te vallen, krijg je je geld terug, maar dat schijnt nog nooit te zijn gebeurd. Bata liet ons zien hoe Mostar verdeeld was tijdens de oorlog en hoeveel er sindsdien in de omgeving is gerenoveerd en gebouwd.

Hij nam ons mee om traditionele Bosnische gerechten te eten (beetje veel vlees voor een vegetariër, maar de spinazie börek is heerlijk) en Bosnische koffie te drinken. Hij nam ons mee naar prachtige watervallen waarin we lekker konden afkoelen.

Maar dat niet alleen. Ondertussen wist Bata ook nog aan de hand van plaatsjes waar we heengingen te vertellen over de historie en de huidige situatie in de streek. Het grotendeels Kroatische katholieke bedevaartsoord Medzurgoje is zeer goed georganiseerd en moet wel veel geld opbrengen. Gemiddeld zijn de Kroaten hier beter georganiseerd dan de moslims.

In Blagaj nam hij ons mee naar een 600 jaar oud Derwisj-huis bij een enorme grot en een waterbron. Ook als niet-moslims mochten we daar naar binnen. In Mostar mocht ik zelfs in mijn zomerjurkje een moskee betreden en de minaret beklimmen voor het uitzicht. De moslims hier zijn zeer open en eraan gewend dat ze naast de katholieke Kroaten wonen. Al vertelde Bata ook dat kinderen helaas tegenwoordig in gescheiden klassen naar school gaan: er bestaat een grote segregatie.

Bata toonde ons ook nog een bijzonder mooi ottomaans dorpje met fort. Ik heb me verbaasd over hoe weinig toeristen we overal tegenkwamen. Hercegovina heeft prachtige natuur, de cultuur is zeer interessant en zolang je niet van de gebaande paden afwijkt zijn landmijnen geen probleem. Ik kan het iedereen aanraden om een bezoek aan Mostar te brengen.

zaterdag 3 juli 2010

Mostar: sporen van de oorlog

Op dit moment ben ik in Sarajevo, maar de afgelopen dagen was ik in Mostar (in Hercegovina). Mostar is beroemd vanwege de 16de eeuwse "oude brug" die kapot is geschoten in 1993 door de Kroaten. Niet alleen die brug, maar ook alle andere bruggen in Mostar zijn tijdens de oorlog vernietigd.

Waar je ook loopt in Mostar, overal zie je sporen van de oorlog. De eigenaar van het hostel waar ik verbleef vertelde dat de frontlinie midden door Mostar liep. De ene kant was de Kroatische, de andere de Bosnische kant van de stad. De laatste werd doorkruist door de rivier.

Nog maar 5 of 6 procent van de ruïnes die er waren door de oorlog zijn er nog, maar dat zijn nog steeds behoorlijk wat gebouwen. Je ziet bordjes hangen waarop staat dat je die gebouwen absoluut niet mag betreden omdat dat gevaarlijk kan zijn. Gebouwen die nog wel helemaal overeind staan zitten vaak vol met kogelgaten.

Een van de gebouwen waarvan niet meer dan een betonconstructie over is, is een oude bank. Het is een hoge toren aan de Kroatische kant van de stad. Tijdens de oorlog zat deze vol met sluipschutters. Ik ben in die toren geweest: een hele nare plek. Je kon nog steeds zien waarvandaan de schutters moeten hebben zitten schieten en er lagen kogelhulsen.

Die bank dreigt helaas opgekocht te worden om hem plat te gooien en er een nieuw kantoorgebouw te bouwen. Terwijl het eigenlijk een goede plek zou zijn om een museum of gedenkplek te maken over wat hier begin jaren '90 is gebeurd. Door alle gevoeligheden in de stad tot op de dag van vandaag, zal dat echter niet gebeuren.

Wel is de oude brug inmiddels volledig gereconstrueerd, op dezelfde wijze als dat hij in de 16e eeuw is gebouwd. Een prachtig gezicht. Laten we hopen dat hij minstens net zo lang staat als de vorige.

maandag 28 juni 2010

De Plitvice-meren

Eergisteren ben ik met een aantal medereizigers naar de Plitvice-meren geweest (in Kroatië, want daar ben ik inmiddels). Ze liggen zo'n tweeënhalf uur per bus van Zagreb vandaan, maar die busreis was het zeker waard. (zie ook de foto's op Wikipedia)

De meren zijn als sinds 1949 een National Park en staan op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Over houten loopbruggen en andere wandelpaden zijn we langs een groot deel van de zestien (!) meren gelopen. Ondanks het feit dat er heel wat andere mensen waren die hetzelfde deden, was het prachtig. Turquoise meren met ontzettend helder water waarin je vissen kon zien zwemmen, overal watervallen, alles prachtig groen. Er schijnen onder meer beren te leven, al zijn we die niet tegengekomen.

Kroatië is een rijk land met zulke prachtige natuur. Inmiddels ben ik aan de kust en ook hier is het water blauw en schijnt de zon. Daar ga ik maar eens verder van genieten.

dinsdag 22 juni 2010

Budapest 2

Zondag ben ik naar de Joodse wijk hier geweest. Daar heb ik de grote synagoge bezocht (er passen 3200 mensen in!). Bijzonder om te zien dat ze een orgel hebben terwijl ze dat helemaal niet gebruiken. De Thorarol dwaaruit wordt gelezen is eeuwenoud. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is die op het platteland verborgen door een katholieke priester, al weet nog steeds niemand wie dat was.

In het Joodse museum zag ik wat ermee had kunnen gebeuren: een Thorarol als trommelvlies. Een heleboel foto´s van de deportaties naar Auschwitz. Het is bijna niet voor te stellen dat er voor de oorlog in Hongarije steden waren waar 85% van de inwoners Joods was en erna niemand meer. Foto´s van het leven en vooral ook de dood in het ghetto in Budapest. Naast de synagoge zijn de massagraven.

Daar is ook de memorial garden met monument in de vorm van een treurwilg. Op (bijna) elk blad staat een naam van iemand die in de oorlog is overleden. Indrukwekkend. Daarachter lijsten met namen van hen die de Joden hielpen onder te duiken of te vluchten. Raoul Wallenberg was één van die namen. Een naam die me bekend voorkwam. Terug in het hostel realiseerde ik me waarom: hij was een Zweedse diplomaat die Joden aan papieren hielp. Anna Boom, een Nederlandse vrouw, hielp hem daarbij.

Judith Koelemeijer heeft een prachtig boek over haar leven geschreven. Anna Boom moet een van de eerste écht Europese vrouwen zijn geweest. Ze reisde in haar eentje decennia geleden al heel Europa door en had haar hart op de goede plaats. Een mooi boek over een mooi rolmodel.

maandag 21 juni 2010

Budapest 1

Reizen met De Deutsch Bahn blijft geweldig. Een nachttrein waarbij ik het compartiment deelde met drie Koreaanse meisjes die amper Engels spraken maar wel Guus Hiddink kenden bleek zelfs tien minuten te vroeg te arriveren in Műnchen. Dat betekende dat ik gelijk -en dan bedoel ik ook echt overkant perron- over kon stappen naar Budapest.

Het station van Budapest daarentegen was niet zo´n feest. Een geldautomaat was nergens te vinden en de metro ook al niet. Het eindigde ermee dat ik een paar euro heb gewisseld tegen een bijzonder slechte koers om Hongaarse Forinten te bemachtigen. En ik heb een aantal Jehova-getuigen (of andere Christenen, ze wilden in elk geval iedereen bekeren) heb gevraagd waar de metro was. Elk bord bleek inderdaad te ontbreken en ook na twee dagen wandelen door deze stad blijkt dat je voor de metro gewoon op de gok ergens naar beneden moet gaan. Om er dan wel misschien achter te komen dat het gewoon een tunnel is om over te steken. Of dat de metro vanaf die kant de verkeerde kant op gaat.

Maar goed, het station overleefd hebbende (toch een beetje enge plek) bleek mijn hostel prima. En de stad is erg mooi. Overal loop je ˝per ongeluk˝ tegen prachtige gebouwen aan. Morgen meer...

vrijdag 18 juni 2010

Orient Express

Jaren geleden las ik het boek van Agatha Christie met als titel "Moord in de Orient Express". Dat boek sprak tot mijn verbeelding, niet alleen vanwege het ingewikkelde complot dat achter moord zat, maar ook vanwege de reis die erin werd gemaakt.

Inmiddels rijdt de beroemde trein niet meer, maar dat betekent niet dat je niet meer met de trein naar Istanbul kan. Ik begin niet in Parijs, maar in Utrecht. Meteen ga ik een heel eind weg, want morgen rond deze tijd zou ik in Budapest, Hongarije, moeten zijn. Over vier weken keer ik vanuit Istanbul weer terug naar Nederland. En in de tussentijd?

In de tussentijd hoop ik verslag te doen op dit weblog over mijn reis door de Balkan. Als ik tenminste tijd heb en een fatsoenlijke internetverbinding.

dinsdag 1 juni 2010

“DWARS, GroenLinkse jongeren”


Deze column verscheen vandaag in de OverDWARS nr. 2/2010

Onze voorzitter, Diederik ten Cate, heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid met zijn pleidooi voor het veranderen van de naam “DWARS, GroenLinkse jongeren”. Afgezien van het feit dat de verkiezingstijd de slechtste tijd is om hierover te gaan navelstaren, is het altijd legitiem om eens kritisch naar je eigen naam te kijken.

Historisch gezien past de naam DWARS, GroenLinkse jongeren, perfect bij onze vereniging. In de tijd dat onze naam ontstond, was het een compromis tussen de “fundi’s” en de “realo’s. Beide elementen zijn dan ook terug te vinden in de naam. Nog steeds zijn er bij DWARS, GroenLinkse jongeren, meer gematigde en meer radicale leden te vinden, mensen die meer gericht zijn op het parlementaire en mensen die meer gericht zijn op actievoeren.

In ons beginselprogramma staat onder andere: "Dwars stelt niet één ideaal centraal, maar meerdere: deze diversiteit aan idealen is een reflectie van de diversiteit binnen Dwars. Dwars koestert haar eigen diversiteit, is niet dogmatisch, en zet zich actief in voor vrolijke, creatieve en vernieuwende ideeën." Ik heb mensen bij DWARS, GroenLinkse jongeren, met verve zien pleiten voor het afschaffen van het minimumloon, voor het invoeren van een basisinkomen, voor anarchisme en tegen kraken. Het is fijn dat er ruimte is voor zo’n grote diversiteit aan leden bij DWARS, GroenLinkse jongeren.

Natuurlijk is er ook veel veranderd in onze vereniging. De bloedgroepenstrijd tussen de PPR-J en de PJSG is allang totaal irrelevant. Geen van onze huidige actieve leden kan zich die partijen en organisaties uberhaupt nog herinneren. Van een club zeer maatschappelijk betrokken actievoerders is DWARS, GroenLinkse jongeren, meer op een “echte” politieke jongerenorganisatie gaan lijken. We hebben een bestuur, zelfs met een voorzitter, en de contacten met onze moederpartij zijn goed. Het is nu dan ook zaak eens goed na te denken over onze rol en de naam die daarbij past.

DWARS, GroenLinkse jongeren is op dit moment een goede kweekvijver van GroenLinks. We bieden jongeren op tamelijk laagdrempelige wijze manieren aan om kennis te maken met de politiek. Daarnaast zijn we de “luis in de pels” van GroenLinks. Als politieke jongerenorganisatie hoor je buiten de hokjes van het politieke klimaat te denken, progressief te zijn en ook de idealen te verkondigen die je moederpartij niet kwijt kan in de reguliere politieke arena. Door kritisch te zijn kan je politieke ruimte creëren. En binnen een politieke jongerenorganisatie moet er ruimte zijn voor jongeren om poltieke fouten te maken: het hoort immers naast een kweekvijver ook een speeltuin te zijn.

DWARS, GroenLinkse jongeren, maakt duidelijk dat we verbonden zijn met onze moederpartij, maar toch niet hetzelfde. Tot nu toe heb ik nog geen alternatief gehoord dat dat duidelijk maakt. En dat is wel onze kracht en de kracht van onze naam. En daar ben ik een trots lid van.

zondag 30 mei 2010

Met Niels op de tractor


Afgelopen woensdag was ik met Niels van den Berge mee op zijn tractortoer door Nederland. Een unieke ervaring, zeker voor een stadsmeisje zoals ik. Niels heeft er op zijn website al het nodige over geschreven.

Wat mij vooral is bijgebleven is hoe de mens vaak door onnatuurlijk technieken te gebruiken problemen veroorzaakt die vervolgens met nog meer ingewikkelde onnatuurlijke maatregelen moeten worden opgelost. Tekenend was dat een biologische boer ons vertelde dat hij zijn kalfjes bij hun moeder liet drinken. De meeste boeren doen dat niet omdat het wat liters melk kost. Om het gebrek aan moedermelk te compenseren moeten die kalfjes dan veel krachtvoer eten. Vanwege hun verminderde weerstand moet vaker antibiotica worden gebruikt. Het verlies van de liters melk door de kalfjes bij de moeder te laten drinken wordt dus grotendeels gecompenseerd doordat deze boer veel minder krachtvoer en geen antibiotica meer nodig heeft.

Aan de andere kant kan de techniek ook juist helpen om milieuvriendelijker te werken. Zo vertelde de akkerbouwer met een windmolen op zijn erf dat hij alleen met een tractor met gps-systeem rijdt, omdat je dan op de centimeter nauwkeurig het land kan bewerken, gif kan spuiten, enzovoorts. Zo gaat er niets verloren en komen er zo min mogelijk schadelijke stoffen in het milieu terecht. Al vond ook hij dat het natuurlijk nog mooier zijn als hij ze helemaal niet nodig had.

Niels en ik hebben verder erg veel genoten van het prachtige Nederlandse polderlandschap, vooral als de TomTom ons rondjes liet rijden ("hier zijn we toch net ook al langsgekomen?") omdat de tractor natuurlijk niet op alle wegen mag rijden. Het was een dag om als stadsmeisje niet gauw te vergeten...

zaterdag 3 april 2010

Van twee walletjes eten: werken en studeren


Dit artikel is eerder geplaatst in de carrierespecial van Bulletineke Justitia

Hier op de gang hoor ik rinkelende telefoons, pratende collega’s. Harm Brouwer (de voorzitter van het College van procureurs-generaal en daarmee de hoogste baas van het Openbaar Ministerie) loopt even binnen omdat hij informatie wil hebben voor een overleg morgen met de minister van Justitie. Ik schrijf een brief waarin ik een burger schadevergoeding toeken omdat de politie achteraf onterecht zijn deur heeft ingeramd.

Ik luister naar een van de advocaten die voor de landsadvocaat werkt. Hij vertelt over procedures die hij voor de Staat heeft gevoerd over de Wet Openbaar van Bestuur. Naast mij zit iemand die bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit werkt, voor mij zit een medewerker van het ministerie van Onderwijs en er zitten nog 17 andere klasgenoten van mij in de zaal.

Dat zijn zomaar twee momenten uit het leven van een overheidsjurist. Sinds een paar maanden werk ik op de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken van het parket-generaal van het OM. Door onszelf ook wel eens “de incidentenfabriek” genoemd. Hier worden de politiek gevoelige strafzaken gemeld om de minister te informeren,Kamervragen te beantwoorden en het College van p-g’s te adviseren over het eventueel bijsturen van officieren van justitie. Bij dit soort zaken kan je denken aan het sprekende voorbeeld van de zaak tegen Geert Wilders, maar ook zaken als die tegen Holleeder, terrorismezaken of zaken wegens onzorgvuldig handelen bij euthanasie komen hier voorbij.

Ik behandel verder onder andere schadezaken, maar ook klachten via de Nationale Ombudsman en WOB -verzoeken. Het is ontzettend leuk om met zoveel terreinen van het recht bezig te zijn. En door het werken bij de overheid heb ik echt het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving.

Maar anderhalve dag in de week zit ik in elk geval niet achter mijn bureau, maar in een collegezaal bij de Academie voor overheidsjuristen. De Rijksoverheid geeft mij de kans om nog een extra mastertitel te halen. Het leuke is dat we allerlei verschillende docenten hebben: advocaten die bij de Landsadvocaat werken, hoogleraren, (oud-)ambtenaren enz. De meesten vertellen veel over hoe de hazen lopen binnen de overheidsorganisatie. Dingen waar je in je werk soms tegenaan loopt kan je gelijk aan hen voorleggen. Omgekeerd kan ik wat ik bij de Academie leer gelijk bij het OM gebruiken. Niet alleen krijgen we in onze opleiding een stukje extra juridische verdieping en politiek-bestuurlijke sensitiviteit, we werken ook aan onze persoonlijke ontwikkeling op het gebied van pleiten, schrijven, presenteren en adviseren.

De afwisseling tussen studeren en werken is erg prettig. Op mijn werk heb ik gelijk veel verantwoordelijkheid gekregen. Ik heb mijn eigen zaken, die ik regelmatig bespreek met mijn patroon of met andere collega’s. Maar anderhalve dag in de week heb ik het gevoel dat ik nog een kleine verlenging ben ingegaan van mijn studententijd. Ik eet van twee walletjes en dat kan ik iedereen aanraden!

zaterdag 11 juli 2009

Obamania in Ghana


Vandaag bezoekt Barack Obama Ghana. Dus niet het land van zijn vader, Kenia, maar wel een van de weinige Afrikaanse landen met weinig corruptie en een stabiele democratie.

Ik was er toen John Atta Mills werd ingehuldigd als president en daarmee de macht overging van de ene grote politieke partij naar de andere. Zijn partij, de NDC, won met de slogan "change". Slim, want Obama was en is in Ghana onmetelijk populair. Overal op straat werden posters en boekjes verkocht met zijn naam en foto erop. Taxichauffeurs hadden zijn naam op hun ruiten geplakt. Iedereen die een tv tot zijn beschikking had, zat aan de buis gekluisterd toen zijn inauguratie in Washington plaatsvond. Obamania was dus ook in Ghana.

Obama gaat op bezoek bij het slavenfort van Cape Coast (zie foto: waar nu vissers zijn werden vroeger de slaven in de schepen "geladen"). Het grootste fort van Ghana waar vele duizenden Afrikanen opgesloten zaten in afwachting van hun verscheping naar de nieuwe wereld. Of van de dood, want velen overleefden het niet. Toen ik het fort bezocht waren er Afrikaans-Amerikaanse mensen die symbolisch de reis hadden gemaakt om het land van (wellicht) hun voorouders te zien. Als je daar staat in een van de kerkers kan je de angst, de wanhoop, het verdriet en de dood nog bijna aanraken. Het heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt.

Wat Obama niet gaat doen is in contact komen met de Ghanese burgers. Iets wat Clinton wel deed toen hij daar op bezoek ging. Die heeft geluk gehad dat hij slecht met krassen op zijn handen van de mensen die hem aanraakten uit de menigte kwam. Zijn beveiligers waren hem op een zeker moment zelfs helemaal uit het zicht verloren. Ook ik heb vastgezeten in een menigte. Ik had geluk dat ik bij de inauguratie van Atta Mills er met alleen een gestolen telefoon en een gat in mijn tas vanaf kwam. Het mag dan een stabiele democratie zijn en een prachtig land, het blijft een ontwikkelingsland. Ik denk dan ook dat het verstandig is van Obama; ik zie de Ghanese politie de mensenmassa nog niet in bedwang houden. De Obamania is te groot.

donderdag 25 juni 2009

Bonnetjes wobben


Mijn vorige bericht ging over het rondje ministeries dat ik vorige week met mijn nieuwe klasje heb gemaakt. Na een aantal ministeries onstond er een rode draad. Elke directie juridische zaken heeft namelijk een jurist die gespecialiseerd is in zogenaamde WOB-verzoeken. En elk ministerie had hetzelfde WOB-verzoek gekregen.

(Bij het Ghanese parlement hebben we gelobbyd voor een WOB met de CHRI. Hier zie je de directrice met actieshirt praten met een radioverslaggever.)

WOB staat voor de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het uitgangspunt is dat alle overheidsstukken openbaar zijn. Tenzij er een hele goede reden is om ze geheim te houden, zoals de staatsveiligheid of iemands privacy. Eigenlijk heel logisch in een democratie. Vooral journalisten maken veel gebruik van de WOB en dat leidt regelmatig tot discussies over de interpretaties van de uitzonderingen.

Die dezelfde WOB-verzoeken bij de ministeries vorige week waren afkomstig van de Telegraaf. Hun redactie bedacht naar aanleiding van de Britse bonnetjesaffaire dat het wel een leuk idee was om alle bonnetjes van de Nederlandse ministers op te vragen. En dat leidde op alle ministeries tot een hoop gedoe. Die bonnetjes konden ze nog wel vinden, dat was het probleem niet. Maar de meeste uitgaven doen de ministers met een creditcard. Dus als de Telegraaf vraagt om de bonnetjes, hoeft het kabinet juridisch gezien niet gelijk ook de creditcardrekeningen openbaar te maken. Dat je op je klompen kan aanvoelen dat de Telegraaf dat als eerstvolgende gaat wobben, heeft het kabinet er kennelijk niet toe doen besluiten die gelijk ook maar te geven.

Een ander probleem is in hoeverre een minister recht heeft op bescherming van zijn of haar persoonlijke levenssfeer? Op restaurantbonnetjes staat vaak precies wat daar is gegeten en gedronken. Ik kan me best voorstellen je het privé vindt dat je bijvoorbeeld glutenvrij moet eten of dat je er het liefst drie glazen bier bij drinkt. Maar ondertussen doet een minister dat wel op kosten van de belastingbetaler. Dat zorgt toch voor een spanningsveld en daarmee tot discussies tussen juristen op de ministeries.

De Telegraaf heeft de bonnetjes inmiddels gekregen, de creditcardrekeningen echter niet. De restaurantbonnetjes zijn grotendeels onleesbaar gemaakt. Ze blijken geen dingen vinden te kunnen vinden die konden tippen aan de declaraties in het Verenigd Koninkrijk. Ja, Wouter Bos declareerde een gestolen zonnebril, maar dat kan hij prima uitleggen. Je kan ook op alle slakken zout leggen. Reken trouwens maar dat het WOB-verzoek van de Telegraaf heel wat meer aan ambtenarensalarissen heeft gekost dan die zonnebril. Over netjes omgaan met het geld van de belastingbetaler gesproken.

maandag 22 juni 2009

Rondje ministeries


In mijn vorige berichtje vertelde ik verheugd dat ik de Academie voor overheidsjuristen mag gaan doen. Dat betekent dat ik anderhalve dag per week trainingen en cursussen ga volgen om een nog betere jurist te worden.

De andere drieënhalve dag van mijn werkweek zal bestaan uit echt werk. Waarin ik het geleerde gelijk weer kan toepassen. En omdat mijn klasgenoten en ik allemaal een andere plaats krijgen binnen de rijksoverheid, kunnen we onze ervaringen ook gaan uitwisselen. Een leerzame wisselwerking dus.

De afgelopen week hebben we dan ook een rondje ministeries gedaan. Om te kijken waar je zelf het liefst terecht zou komen, maar ook om een indruk te krijgen van de plaatsen van anderen. En zo vond ik mezelf in een zaal in het ministerie van Onderwijs met uitzicht over heel Den Haag en omstreken. Of in een zaaltje in de krochten van het ministerie van VROM. Leerde ik dat Herman Heinsbroek zijn sporen heeft nagelaten in het ministerie van Economische Zaken en dat dat zichtbaar is door de paarse vloerbedekking op de eerste verdieping.

Vooroordelen werden bevestigd (bij onderwijs lopen ambtenaren in een spijkerbroek, bij EZ zijn die misschien met een vergrootglas te vinden) en weerlegd (financiën is niet saai). En elk ministerie probeerde zich van zijn beste kant te laten zien. Waar ik geplaatst zal worden krijg ik deze week te horen.

vrijdag 5 juni 2009

Goede dingen komen in tweeën


Woensdag was ik samen met M. nog de vliegende flyerbrigade. Ik heb nog nooit zoveel flyers op één dag uitgedeeld en zoveel positieve reacties gehad. Dat gaf reden tot optimisme!
(foto met dank aan Peter van Corler)


's Avonds was ik bij het lijsttrekkersdebat, alwaar ik het zowaar voor mekaar kreeg om iedereen in dezelfde shirtjes te krijgen. Dat is heel wat met GroenLinksers, die meestal te recalcitrant zijn om zich zoiets te laten aanleunen.
Al het flyeren en harde werken werd gisteren beloond. Overdag was het nogal zenuwslopend; je kan niet veel meer doen dan afwachten. En voor mij was het dubbel spannend, want ik verwachtte ook nog een telefoontje over een nieuwe baan. Uit de eerste exit polls bleek al dat we in elk geval hadden gewonnen, ook al bleven we steken op twee zetels. Reden voor een feestje!
En toen bleek dat net op dat moment mijn voicemail was ingesproken...die nieuwe baan heb ik! Ik ga de Academie voor overheidsjuristen doen. Een nieuwe uitdaging en een prachtige kans! Een tweede reden voor een feestje!
Ergens na middernacht bereikte ons het nieuws dat de derde zetel er ook nog wel eens in kon zitten. Net las ik dat we hem ook echt hebben, dus Judith, Bas en Marije, gefeliciteerd! Europa wordt weer een stukje groener. En ik ga maar eens welverdiend vakantie houden, net als mijn collegae.